Het orgelBij orgel denk je meestal aan de reusachtige instrumenten die in grote kathedralen te vinden zijn. Maar behalve de orgels in kerken en kathedralen zijn er ook nog orgels die, als continuo-instrument, te vinden zijn in barokensemles of -orkesten. En verder zijn er nog orgels die speciaal gebouwd zijn om dienst te doen in salons of huiskamers.
Alle orgels hebben echter één gemeenschappelijke basis:een met lucht gevulde balg die de wind levert om orgelpijpen te laten klinken.
Welke pijpen wel en welke niet klinken, bepaalt de organist met het indrukken van de toetsen. Elke toets is via een mechanische overbrenging verbonden met een ventiel. Bij het indrukken van de toets gaat het ventiel open, en geeft de bijbehorende pijp zijn geluid (dat meerdere pijpen spreken als één ventiel wordt geopend, behoort ook tot de mogelijkheden). Klik op orgelmuziek voor een klankfragment. Als je internetverbinding niet zo snel is, kun je beter hier klikken. |
|
Bij grote instrumenten wordt de verbinding tussen toets en ventiel (die verbinding wordt de tractuur genoemd) niet altijd langs mechanische weg tot stand gebracht. Pneumatische of electrische tractuur (of mengvormen) komen ook voor. Elke tractuur heeft zijn eigen periode van populariteit beleefd.
De mechanische tractuur biedt de speler echter het meest directe contact met het ventiel. Sommige organisten vinden dat de mechanische tractuur daarom een subtieler spel mogelijk maakt.
Uiterst subtiel spel is mogelijk op een klein instrument als het secretaire-orgel waarvan je hiernaast een afbeelding aantreft.
De klank van een orgel heeft een sterke relatie met de periode waarin het gebouwd is. Ook zijn er geografisch gezien grote verschillen tussen orgels. Om het orgel optimaal te laten klinken, zal een organist er dus goed aan doen literatuur uit te zoeken die goed past bij het betreffende orgeltype. |
|