Pereboom en Leijser orgel paart krachtige aan fluweelzachte klanken
26 Mar 2008
Als voor een overbodig cultuurgoed uit vroeger tijden een nieuwe bestemming gevonden wordt, stemt dat vaak tot vreugde.
Zo ook bij de ingebruikname van het uit 1897 daterende Pereboom en Leijser orgel op eerste paasdag 2008 in de Mariakerk te Apeldoorn. Dit fraaie instrument heeft al eerder dienst gedaan in kerkgebouwen in Groningen en Tilburg. Het werd door de orgelmakers Pels en Van Leeuwen teruggebracht in de oorspronkelijke staat en in Apeldoorn geplaatst.
Organist Bernard Bartelink presenteerde het instrument. Opvallend was daarbij het vitale en inspirerende spel van deze bejaarde organist.
Het orgel is ruim voorzien van 8-voets registers met een strijkend karakter, waardoor een warme, fluwelen klank wordt ontwikkeld, terwijl de klanken van de tongwerken Trompette en Bombarde zorgen voor een krachtig geluid zoals we dat kennen van Franse orgels uit dezelfde bouwtijd.
Zo we al twijfels hadden aan het concept van Pereboom en Leijser, dan waren die na het concert op een overtuigende manier verdwenen. Daar komt nog bij dat het instrument het zowel visueel als qua klank goed doet in dit neogotische kerkgebouw.
Bij al deze positieve kwalificaties kunnen we niet heen om enkele punten van kritiek die dit beeld enigszins aantasten.
De gereconstrueerde Voix Humaine op het zwelwerk vonden wij niet overtuigend. Kennelijk hebben anderen dat ook al geconstateerd, want in het boekje dat werd uitgereikt na de ingebruikname wordt vermeld dat dit register tijd nodig heeft om zich te "zetten". Wij zijn echter van mening dat de klank niet vanzelf beter zal worden, maar dat er aan het register gewerkt moet worden.
Ook de gereconstrueerde Flûte Harmonique op het hoofdwerk kon ons niet bekoren. Dit soloregister kon zich onvoldoende staande houden bij begeleiding door enkele zachte stemmen van het zwelwerk. Verder bleek de werking van de tremulant nogal onvoorspelbaar te zijn en bespeurden wij bij de windvoorziening van het zwelwerk soms enige instabiliteit.
Blijft het feit dat katholiek Apeldoorn een fraai orgel rijker is, maar er is nog wat werk te doen.
De afbeelding dateert uit 1957, toen het orgel in Tilburg stond opgesteld.
Absoluut gehoor: handig of niet voor bespelers van toetsinstrumenten?
29 Feb 2008
In de eind vorig jaar uitgekomen bestseller Musicofilia van de bekende neuroloog/auteur Oliver Sacks is ook een hoofdstuk te vinden over het onderwerp absoluut gehoor.
Sacks wijst er op dat het bezit van een absoluut gehoor niet alleen maar zegeningen met zich mee brengt. Sommige musici met absoluut gehoor kunnen nl. behoorlijk gefrustreerd raken als zij een muziekstuk op een andere toonhoogte moeten spelen dan ze altijd hebben gedaan.
Toen ik dit las, moest ik denken aan een gesprek dat ik jaren terug met een bekende (nu niet meer actieve) orgelmaker had. Hij vertelde me dat de in die tijd bekende organist Daniel Chorzempa hem verteld had dat hij voor zijn opnames orgels uitzocht die gestemd waren op a=440Hz. Bij het spelen op orgels met een afwijkende toonhoogte (en dat is vaak het geval bij beroemde historische orgels), koste hem dat zoveel meer inspanning dat het ten koste ging van de interpretatie.
Een absoluut gehoor lijkt voor organisten dus niet altijd handig te zijn.
Gaat delrin eigenlijk langer mee dan ravenpennen?
31 Jan 2008
In reeds lang vervlogen tijden werden de plectra voor een klavecimbel gesneden van ravenpennen. Ook andere vogelsoorten schijnen leveranciers te zijn geweest van materiaal nodig om deze instrumenten de juiste toon te laten produceren.
In deze tijd wordt een klavecimbel nog zelden voorzien van plectra gemaakt uit dierlijk materiaal. Wel schijnen in bepaalde dierentuinen afgevallen veren en klauwen bewaard te worden voor dit doel.
Hoe lang plectra uit dierlijk materiaal meegaan, weet ik niet. Ik heb het ook nergens in handboeken over klavecimbels kunnen vinden.
Mijn klavecimbel werd in 1989 gebouwd door J.C. van Rossum, en, uiteraard, voorzien van delrin plectra. Deze kunststof heeft de eigenschap dat het in de loop der tijd wat harder van structuur wordt, waardoor de klank van het instrument zich wijzigt, wat door de plectra enigszins bij te snijden weer gecorrigeerd kan worden. Daar kun je natuurlijk niet als maar mee door blijven gaan. Nu is het zover dat er plectra beginnen te breken. Dat gebeurt natuurlijk onder het spelen (en dan meestal nog als ik met anderen aan het samenspelen ben).
Eigenlijk zou ik dus alle plectra in één keer moeten vervangen door nieuwe. Maar ja...
Wie bekommert zich straks om die kostbare instrumenten?
31 Dec 2007
Dreigend tekort kerkmusici kopt De Orgelkrant, het actualiteitenorgaan van de KNOV. Belangrijk nieuws voor de orgelkrant, want meer dan driekwart van de kerkmusici is organist.
Als organisten tot een uitstervend ras dreigen te gaan behoren, wordt dit een probleem voor de kerken. Maar ik wil ook even uw aandacht vragen voor een ander aspect van dit probleem.
Eerst even dit.
In Nederland bestond in de 18e en 19e eeuw een bloeiende huisorgelbouw. Deze instrumenten werden gebouwd in de vorm van een kabinet, een secretaire of ander meubeltype. Hiernaast vind u een plaatje van een 19e eeuws secretaireorgel.
Gelukkig zijn er nog heel wat van die instrumenten bewaard gebleven. Als u er meer van wilt weten, kan ik u de in 1977 verschenen omvangrijke studie Het Nederlandse huisorgel in de 17e en 18e eeuw van Dr. Arend Jan Gierveld aanbevelen.
Voor wie zijn die instrumenten op dit moment interessant? Precies, voor organisten. Niet om hun concert of kerkdienst op voor te bereiden, maar om thuis eens stijlvol te musiceren op een orgeltje dat nu eens niet voor een kerk, maar voor huiselijk gebruik geconcipieerd is. Ik ken verschillende collega's die zo'n instrument bezitten en het koesteren!
Maar: wie zorgt er voor deze kostbare instrumenten als organisten zeldzame verschijningen geworden zijn? Worden ze dan verkocht naar het buitenland? Of wordt het binnenwerk verwijderd omdat het antieke meubel gemakkelijker te verhandelen is? Of zal zo'n instrument gewoon staan te verpieteren bij de erfgenamen van de overleden organist?
Orgelcultuur dominante muziekcultuur in Nederland
30 Nov 2007
Het is nog mar een jaar geleden dat muziekjournalisten
en kenners van de orgelcultuur zich in Rotterdam druk
maakten om de toekomst van het koninklijk instrument. (U
kunt dat hier
nalezen).
Verrassend is het daarom zeker dat Nederlanders de
orgelcultuur hoog blijken aan te slaan. In NRC
Handelsblad van 17-11-2007 kunnen we hierover het
volgende lezen.
De Nederlandse orgelcultuur is bovenaan geëindigd
na een publieksverkiezing voor een Canon van de
Nederlandse Klassieke muziek.
Deze nieuwe Canon werd georganiseerd omdat in de Canon
van de Nederlandse historie "Klassieke muziek"
ontbreekt. De NPS zond de afgelopen maanden op Radio 4
vijftig korte programma's uit over belangrijke personen
en verschijnselen in de Nederlandse muziekhistorie van
de laatste vijf eeuwen. De afgelopen week kon daarover
worden gestemd.
De orgelcultuur kreeg 27 procent van de stemmen.
Op 2 eindigde de koorcultuur (17 procent), op 3 het
Koninklijk Concertgebouworkest (14 procent) en op 4 de
componist Jan Pieterszoon Sweelinck (6 procent). De
Canon is beschikbaar via de site www.radio4.nl/canon.
Trayser harmonium na ruim een eeuw weer terug in land van herkomst
31 Oct 2007
Dit 19e eeuwse drukwindharmonium van het fabrikaat Trayser werd oorspronkelijk gebouwd voor een Engelse firma, die toetsinstrumenten uit Duitsland importeerde voor de Engelse markt.
De harmoniumfabrikant Philipp J. Trayser & Co. was gevestigd in Stuttgart, en aktief in de harmoniumbouw van 1847 tot begin 1905.
Trayser leerde het vak bij Alexandre in Parijs. Het bedrijf fabriceerde in totaal ongeveer 37.000 harmoniums, wat niet echt veel is. Alexandre maakt er in dezelfde periode meer dan 100.000.
Eind 20ste eeuw dook het harmonium op in Nederland, en nadat het deel had uitgemaakt van de harmoniumcollecties van verschillende verzamelaars, is het sinds eind augustus 2007 in bezit van een Duitse verzamelaar.
Waarmee dit, zowel voor het oor als voor het oog buitengewoon fraaie, instrument dus weer terug is in het land van herkomst.
Nationaal Historisch Orgelmuseum te Elburg verwerft kopie Baldachin-orgel
1 Sep 2007
In de Churburg in Zuidtirol staat al sinds 1559 een orgeltje in de vorm van een tafelpositief. Het werd gebouwd door de orgelbouwer Michael Strobl uit Ammergau en staat bekend als het Baldachin-orgel.
Het instrument staat op een speciaal daarvoor gemaakte tafel, en direct achter het instrument liggen twee spaanbalgen voor de windvoorziening.
Van dit instrument is een kopie gemaakt, die onlangs door het Orgelmuseum verworven kon worden. Het kopiëren is met de nodige vrijheden gebeurd, zo is de afwerking minder weelderig als het instrument in Churburg en ook voor de dispositie zijn andere keuze's gemaakt.
De klavieromvang is C t.m. a'', met kort octaaf. De vier registers, waaronder een Regaal 8', zijn alle gedeeld in bas en diskant. Via een hefboomstelsel kan de speler zelf de balgen treden, maar het is ook mogelijk dit een calcant te laten doen, die de balgen dan met de hand bedient.
Ondertussen is dit fraaie instrument te bewonderen in het museum. Misschien verstandig om klaviermuziek van Sweelinck of Frescobaldi mee te nemen...
Het effect van stemmingen op muziek: misschien groter dan u dacht...
31 Aug 2007
Enkele maanden geleden heeft u al via deze weblog kunnen vernemen dat er iets bijzonders op het programma stond van het Festival Oude Muziek in Utrecht. Een speler en een stemmer die nu eens precies uit de doeken zouden gaan doen hoe het zit met die oude stemmingen. En vooral, wat nu het effect op de muziek is.
Welnu, op 27 augustus stonden er in theater Kikker in Utrecht drie klavecimbels opgesteld. Met verschillende historische stemmingen.
Aan klavecinist Menno van Delft de taak om de toehoorders in te wijden in de geheimen van de stemmingen. Van Delft moest die klus alleen klaren, want stemmer Eduard Bos liet verstek gaan, naar werd medegedeeld omdat die dag de opera in Amsterdam een beroep op hem had gedaan. "En de opera is een machtig instituut..." zo werd er veelbetekenend aan toegevoegd.
Nu bleek Van Delft goed in staat deze klus alleen te klaren. Hij begon met aan te tonen dat een klavierinstrument waarin een reine stemming wordt aangebracht, onbespeelbaar wordt. Voor velen niet echt iets nieuws, maar omdat Van Delft daadwerkelijk een reine stemming ging aanbrengen en vervolgens liet horen waar het vastloopt en waarom, wordt het iets dat je altijd helder bijblijft.
Daarna kwam aan de orde waar het bij barokstemmingen nu echt om gaat: Hoe verdeel het overschot als je drie reine tertsen in een octaaf probeert te passen over elk van die tertsen?
Welnu, elk van de drie opgestelde klavecimbels had daar een eigen oplossing voor. Zo was goed te horen dat een Allemande van Froberger niet te genieten is in een compromisloze middentoonstemming, maar in een "wohltemperierte" stemming te vlak wordt en bepaalde tertsen te veel gaan zweven.
Voor continuospel bij barokmuziek beval Van Delft een 1/6 of 1/7 kommastemming aan.
Het harmonium: Instrument humain par exellence
2 Jul 2007
Of zonder het harmonium het klankbeeld van de 19e eeuwse muziek er wezenlijk anders had uitgezien, zullen we wel nooit weten. Voor de organisatoren van het seminar Grundlagen des Harmoniumspiels lijkt dat echter een uitgemaakte zaak te zijn.
Tegelijkertijd constateert men op sombere toon dat de harmoniumtraditie helaas vrijwel verloren is gegaan.
Werk aan de winkel dus!
Voor een symposium bestaande uit lezingen en workshops heeft men een kenner van de harmoniumliteratuur en het harmoniumspel par exellence aangetrokken: Joris Verdin.
Het symposium wordt in september 2007 gehouden in Blankenburg in de Harz, meer informatie vind u via de agenda op deze weblog.
Als een en ander gaat leiden tot een massale omarming van het harmonium hebben we wel een probleem. Er zijn dan nl. niet genoeg goed bespeelbare instrumenten beschikbaar!
Als u wat verder snuffelt op deze website komt u nog een paar harmoniums tegen die nog te koop zijn. Haast u!
Nederlands Clavichord Genootschap viert jubileum met symposium
1 Jun 2007
In september 2007 bestaat het Nederlands Clavichord Genootschap 20 jaar. Het genootschap laat dit niet ongemerkt voorbijgaan, en organiseert van vrijdag 28 tot en met zondag 30 september een symposium met concerten, voordrachten, en een tentoonstelling waarin ook diverse typen klavichorden te zien zullen zijn.
Te horen zijn onder meer Siebe Henstra en Menno van Delft, en het slotconcert zal worden gegeven door niemand minder dan Gustav Leonhardt.
De rode draad in dit symposium is als volgt samen te vatten: Het aantal bewaard gebleven antieke klavichorden uit de Nederlanden is zeer gering. Gelukkig zijn er nog een bouwtekening van ca. 1450 (Henric Arnoldsz. van Zwolle), en allerlei waardevolle afbeeldingen van klavichorden, vaak met spelers in een symbolische scène of een huiselijk tafereel.
Wat voor muziek speelden de mensen daar toen op? Wat voor klankeigenschappen hadden de afgebeelde instrumenten en hoe ontwikkelden zich de bouw en de speelmogelijkheden van de diverse typen klavichord in een periode van 1400 tot 1800?
Welke plek had het klavichord bij de mensen van toen in vergelijking tot de andere soorten klavierinstrumenten zoals orgel, klavecimbel en fortepiano? Wat kan het klavichord ons, mensen van nu, bieden?
Meer info is te vinden op de site van het genootschap, www.clavichordgenootschap.nl.
!!Via de index zijn nog meer bijdragen te zien!!