Pereboom en Leijser orgel paart krachtige aan fluweelzachte klanken26 Mar 2008Als voor een overbodig cultuurgoed uit vroeger tijden een nieuwe bestemming gevonden wordt, stemt dat vaak tot vreugde.Zo ook bij de ingebruikname van het uit 1897 daterende Pereboom en Leijser orgel op eerste paasdag 2008 in de Mariakerk te Apeldoorn. Dit fraaie instrument heeft al eerder dienst gedaan in kerkgebouwen in Groningen en Tilburg. Het werd door de orgelmakers Pels en Van Leeuwen teruggebracht in de oorspronkelijke staat en in Apeldoorn geplaatst. Organist Bernard Bartelink presenteerde het instrument. Opvallend was daarbij het vitale en inspirerende spel van deze bejaarde organist.
Het orgel is ruim voorzien van 8-voets registers met een strijkend karakter, waardoor een warme, fluwelen klank wordt ontwikkeld, terwijl de klanken van de tongwerken Trompette en Bombarde zorgen voor een krachtig geluid zoals we dat kennen van Franse orgels uit dezelfde bouwtijd.Zo we al twijfels hadden aan het concept van Pereboom en Leijser, dan waren die na het concert op een overtuigende manier verdwenen. Daar komt nog bij dat het instrument het zowel visueel als qua klank goed doet in dit neogotische kerkgebouw. Bij al deze positieve kwalificaties kunnen we niet heen om enkele punten van kritiek die dit beeld enigszins aantasten. De gereconstrueerde Voix Humaine op het zwelwerk vonden wij niet overtuigend. Kennelijk hebben anderen dat ook al geconstateerd, want in het boekje dat werd uitgereikt na de ingebruikname wordt vermeld dat dit register tijd nodig heeft om zich te "zetten". Wij zijn echter van mening dat de klank niet vanzelf beter zal worden, maar dat er aan het register gewerkt moet worden. Ook de gereconstrueerde Flûte Harmonique op het hoofdwerk kon ons niet bekoren. Dit soloregister kon zich onvoldoende staande houden bij begeleiding door enkele zachte stemmen van het zwelwerk. Verder bleek de werking van de tremulant nogal onvoorspelbaar te zijn en bespeurden wij bij de windvoorziening van het zwelwerk soms enige instabiliteit. Blijft het feit dat katholiek Apeldoorn een fraai orgel rijker is, maar er is nog wat werk te doen. De afbeelding dateert uit 1957, toen het orgel in Tilburg stond opgesteld. Absoluut gehoor: handig of niet voor bespelers van toetsinstrumenten?29 Feb 2008In de eind vorig jaar uitgekomen bestseller Musicofilia van de bekende neuroloog/auteur Oliver Sacks is ook een hoofdstuk te vinden over het onderwerp absoluut gehoor.Sacks wijst er op dat het bezit van een absoluut gehoor niet alleen maar zegeningen met zich mee brengt. Sommige musici met absoluut gehoor kunnen nl. behoorlijk gefrustreerd raken als zij een muziekstuk op een andere toonhoogte moeten spelen dan ze altijd hebben gedaan. Toen ik dit las, moest ik denken aan een gesprek dat ik jaren terug met een bekende (nu niet meer actieve) orgelmaker had. Hij vertelde me dat de in die tijd bekende organist Daniel Chorzempa hem verteld had dat hij voor zijn opnames orgels uitzocht die gestemd waren op a=440Hz. Bij het spelen op orgels met een afwijkende toonhoogte (en dat is vaak het geval bij beroemde historische orgels), koste hem dat zoveel meer inspanning dat het ten koste ging van de interpretatie. Een absoluut gehoor lijkt voor organisten dus niet altijd handig te zijn. Gaat delrin eigenlijk langer mee dan ravenpennen?31 Jan 2008In reeds lang vervlogen tijden werden de plectra voor een klavecimbel gesneden van ravenpennen. Ook andere vogelsoorten schijnen leveranciers te zijn geweest van materiaal nodig om deze instrumenten de juiste toon te laten produceren.In deze tijd wordt een klavecimbel nog zelden voorzien van plectra gemaakt uit dierlijk materiaal. Wel schijnen in bepaalde dierentuinen afgevallen veren en klauwen bewaard te worden voor dit doel. Hoe lang plectra uit dierlijk materiaal meegaan, weet ik niet. Ik heb het ook nergens in handboeken over klavecimbels kunnen vinden. Mijn klavecimbel werd in 1989 gebouwd door J.C. van Rossum, en, uiteraard, voorzien van delrin plectra. Deze kunststof heeft de eigenschap dat het in de loop der tijd wat harder van structuur wordt, waardoor de klank van het instrument zich wijzigt, wat door de plectra enigszins bij te snijden weer gecorrigeerd kan worden. Daar kun je natuurlijk niet als maar mee door blijven gaan. Nu is het zover dat er plectra beginnen te breken. Dat gebeurt natuurlijk onder het spelen (en dan meestal nog als ik met anderen aan het samenspelen ben). Eigenlijk zou ik dus alle plectra in één keer moeten vervangen door nieuwe. Maar ja... Wie bekommert zich straks om die kostbare instrumenten?31 Dec 2007
Dreigend tekort kerkmusici kopt De Orgelkrant, het actualiteitenorgaan van de KNOV. Belangrijk nieuws voor de orgelkrant, want meer dan driekwart van de kerkmusici is organist.Als organisten tot een uitstervend ras dreigen te gaan behoren, wordt dit een probleem voor de kerken. Maar ik wil ook even uw aandacht vragen voor een ander aspect van dit probleem. Eerst even dit. In Nederland bestond in de 18e en 19e eeuw een bloeiende huisorgelbouw. Deze instrumenten werden gebouwd in de vorm van een kabinet, een secretaire of ander meubeltype. Hiernaast vind u een plaatje van een 19e eeuws secretaireorgel. Gelukkig zijn er nog heel wat van die instrumenten bewaard gebleven. Als u er meer van wilt weten, kan ik u de in 1977 verschenen omvangrijke studie Het Nederlandse huisorgel in de 17e en 18e eeuw van Dr. Arend Jan Gierveld aanbevelen. Voor wie zijn die instrumenten op dit moment interessant? Precies, voor organisten. Niet om hun concert of kerkdienst op voor te bereiden, maar om thuis eens stijlvol te musiceren op een orgeltje dat nu eens niet voor een kerk, maar voor huiselijk gebruik geconcipieerd is. Ik ken verschillende collega's die zo'n instrument bezitten en het koesteren! Maar: wie zorgt er voor deze kostbare instrumenten als organisten zeldzame verschijningen geworden zijn? Worden ze dan verkocht naar het buitenland? Of wordt het binnenwerk verwijderd omdat het antieke meubel gemakkelijker te verhandelen is? Of zal zo'n instrument gewoon staan te verpieteren bij de erfgenamen van de overleden organist? Orgelcultuur dominante muziekcultuur in Nederland30 Nov 2007Het is nog mar een jaar geleden dat muziekjournalisten en kenners van de orgelcultuur zich in Rotterdam druk maakten om de toekomst van het koninklijk instrument. (U kunt dat hier nalezen).Verrassend is het daarom zeker dat Nederlanders de orgelcultuur hoog blijken aan te slaan. In NRC Handelsblad van 17-11-2007 kunnen we hierover het volgende lezen. De Nederlandse orgelcultuur is bovenaan geëindigd na een publieksverkiezing voor een Canon van de Nederlandse Klassieke muziek. Deze nieuwe Canon werd georganiseerd omdat in de Canon van de Nederlandse historie "Klassieke muziek" ontbreekt. De NPS zond de afgelopen maanden op Radio 4 vijftig korte programma's uit over belangrijke personen en verschijnselen in de Nederlandse muziekhistorie van de laatste vijf eeuwen. De afgelopen week kon daarover worden gestemd. De orgelcultuur kreeg 27 procent van de stemmen. Op 2 eindigde de koorcultuur (17 procent), op 3 het Koninklijk Concertgebouworkest (14 procent) en op 4 de componist Jan Pieterszoon Sweelinck (6 procent). De Canon is beschikbaar via de site www.radio4.nl/canon. Trayser harmonium na ruim een eeuw weer terug in land van herkomst31 Oct 2007
Dit 19e eeuwse drukwindharmonium van het fabrikaat Trayser werd oorspronkelijk gebouwd voor een Engelse firma, die toetsinstrumenten uit Duitsland importeerde voor de Engelse markt.De harmoniumfabrikant Philipp J. Trayser & Co. was gevestigd in Stuttgart, en aktief in de harmoniumbouw van 1847 tot begin 1905. Trayser leerde het vak bij Alexandre in Parijs. Het bedrijf fabriceerde in totaal ongeveer 37.000 harmoniums, wat niet echt veel is. Alexandre maakt er in dezelfde periode meer dan 100.000. Eind 20ste eeuw dook het harmonium op in Nederland, en nadat het deel had uitgemaakt van de harmoniumcollecties van verschillende verzamelaars, is het sinds eind augustus 2007 in bezit van een Duitse verzamelaar. Waarmee dit, zowel voor het oor als voor het oog buitengewoon fraaie, instrument dus weer terug is in het land van herkomst. Nationaal Historisch Orgelmuseum te Elburg verwerft kopie Baldachin-orgel1 Sep 2007
In de Churburg in Zuidtirol staat al sinds 1559 een orgeltje in de vorm van een tafelpositief. Het werd gebouwd door de orgelbouwer Michael Strobl uit Ammergau en staat bekend als het Baldachin-orgel.Het instrument staat op een speciaal daarvoor gemaakte tafel, en direct achter het instrument liggen twee spaanbalgen voor de windvoorziening. Van dit instrument is een kopie gemaakt, die onlangs door het Orgelmuseum verworven kon worden. Het kopiëren is met de nodige vrijheden gebeurd, zo is de afwerking minder weelderig als het instrument in Churburg en ook voor de dispositie zijn andere keuze's gemaakt. De klavieromvang is C t.m. a'', met kort octaaf. De vier registers, waaronder een Regaal 8', zijn alle gedeeld in bas en diskant. Via een hefboomstelsel kan de speler zelf de balgen treden, maar het is ook mogelijk dit een calcant te laten doen, die de balgen dan met de hand bedient. Ondertussen is dit fraaie instrument te bewonderen in het museum. Misschien verstandig om klaviermuziek van Sweelinck of Frescobaldi mee te nemen... Het effect van stemmingen op muziek: misschien groter dan u dacht...31 Aug 2007Enkele maanden geleden heeft u al via deze weblog kunnen vernemen dat er iets bijzonders op het programma stond van het Festival Oude Muziek in Utrecht. Een speler en een stemmer die nu eens precies uit de doeken zouden gaan doen hoe het zit met die oude stemmingen. En vooral, wat nu het effect op de muziek is.Welnu, op 27 augustus stonden er in theater Kikker in Utrecht drie klavecimbels opgesteld. Met verschillende historische stemmingen. Aan klavecinist Menno van Delft de taak om de toehoorders in te wijden in de geheimen van de stemmingen. Van Delft moest die klus alleen klaren, want stemmer Eduard Bos liet verstek gaan, naar werd medegedeeld omdat die dag de opera in Amsterdam een beroep op hem had gedaan. "En de opera is een machtig instituut..." zo werd er veelbetekenend aan toegevoegd. Nu bleek Van Delft goed in staat deze klus alleen te klaren. Hij begon met aan te tonen dat een klavierinstrument waarin een reine stemming wordt aangebracht, onbespeelbaar wordt. Voor velen niet echt iets nieuws, maar omdat Van Delft daadwerkelijk een reine stemming ging aanbrengen en vervolgens liet horen waar het vastloopt en waarom, wordt het iets dat je altijd helder bijblijft. Daarna kwam aan de orde waar het bij barokstemmingen nu echt om gaat: Hoe verdeel het overschot als je drie reine tertsen in een octaaf probeert te passen over elk van die tertsen? Welnu, elk van de drie opgestelde klavecimbels had daar een eigen oplossing voor. Zo was goed te horen dat een Allemande van Froberger niet te genieten is in een compromisloze middentoonstemming, maar in een "wohltemperierte" stemming te vlak wordt en bepaalde tertsen te veel gaan zweven. Voor continuospel bij barokmuziek beval Van Delft een 1/6 of 1/7 kommastemming aan. Het harmonium: Instrument humain par exellence2 Jul 2007Of zonder het harmonium het klankbeeld van de 19e eeuwse muziek er wezenlijk anders had uitgezien, zullen we wel nooit weten. Voor de organisatoren van het seminar Grundlagen des Harmoniumspiels lijkt dat echter een uitgemaakte zaak te zijn.Tegelijkertijd constateert men op sombere toon dat de harmoniumtraditie helaas vrijwel verloren is gegaan. Werk aan de winkel dus! Voor een symposium bestaande uit lezingen en workshops heeft men een kenner van de harmoniumliteratuur en het harmoniumspel par exellence aangetrokken: Joris Verdin. Het symposium wordt in september 2007 gehouden in Blankenburg in de Harz, meer informatie vind u via de agenda op deze weblog. Als een en ander gaat leiden tot een massale omarming van het harmonium hebben we wel een probleem. Er zijn dan nl. niet genoeg goed bespeelbare instrumenten beschikbaar! Als u wat verder snuffelt op deze website komt u nog een paar harmoniums tegen die nog te koop zijn. Haast u! Nederlands Clavichord Genootschap viert jubileum met symposium1 Jun 2007In september 2007 bestaat het Nederlands Clavichord Genootschap 20 jaar. Het genootschap laat dit niet ongemerkt voorbijgaan, en organiseert van vrijdag 28 tot en met zondag 30 september een symposium met concerten, voordrachten, en een tentoonstelling waarin ook diverse typen klavichorden te zien zullen zijn.Te horen zijn onder meer Siebe Henstra en Menno van Delft, en het slotconcert zal worden gegeven door niemand minder dan Gustav Leonhardt. De rode draad in dit symposium is als volgt samen te vatten: Het aantal bewaard gebleven antieke klavichorden uit de Nederlanden is zeer gering. Gelukkig zijn er nog een bouwtekening van ca. 1450 (Henric Arnoldsz. van Zwolle), en allerlei waardevolle afbeeldingen van klavichorden, vaak met spelers in een symbolische scène of een huiselijk tafereel. Wat voor muziek speelden de mensen daar toen op? Wat voor klankeigenschappen hadden de afgebeelde instrumenten en hoe ontwikkelden zich de bouw en de speelmogelijkheden van de diverse typen klavichord in een periode van 1400 tot 1800? Welke plek had het klavichord bij de mensen van toen in vergelijking tot de andere soorten klavierinstrumenten zoals orgel, klavecimbel en fortepiano? Wat kan het klavichord ons, mensen van nu, bieden? Meer info is te vinden op de site van het genootschap, www.clavichordgenootschap.nl. Eindelijk een stemmer aan het woord1 May 2007Zo nu en dan duikt het onderwerp stemmingen voor toetsinstrumenten weer eens op. Een jaar terug (mei 2006, als u verder scrolt komt u het nog tegen) heeft u op deze weblog kunnen lezen over de stemming die Bach gebruikte bij Das wohltemperierte Klavier.De ontdekker van deze stemming, Bradley Lehman, verklaarde in zijn enthousiasme deze stemming ook van toepassing op ander Bachwerk en zelfs op het werk van tijdgenoten van Bach. Wat weer betwijfeld wordt door andere stemmingsdeskundigen. Al met al wordt het tijd om de mensen van de praktijk eens aan het woord te laten. Dat gaat gebeuren op maandag 27 augustus van dit jaar, als klavecinist Menno van Delft en stemmer Eduard Bos in het kader van het Festival Oude Muziek Utrecht een lezing-demonstratie geven over het effect van verschillende stemmingen op muziek. Aan de orde komen vragen als: hoe verfijnd is ons gehoor, welke rol speelt conditionering bij onze beleving van zuiverheid, heeft een stemming invloed op de muzikale boodschap en zo ja, hoe werkt dat dan? Jazz in het orgelpark2 Apr 2007Wie de concertlijst van het Orgelpark wel eens doorloopt, heeft vast en zeker gezien wat het thema op de laatste zaterdag van de maand meestal is: jazz.Ook in het komende concertseizoen 2007-2008 is dit weer het geval. Zo staat op 24 november een concert met onder meer Guus Janssen geprogrammeerd. Voor zover mij bekend kwamen we Guus Janssen nog niet tegen als (toetsen)speler in het orgelpark. Het optreden van deze actieve componist/pianist/jazzmusicus in het orgelpark ligt echter wel voor de hand. Onlangs hoorde ik hem in een interview met enthousiasme en kennis van zaken vertellen over de historie van de Nederlandse orgeltraditie. Maar belangrijker is dat in zijn omvangrijke oeuvre ook een (bescheiden) plaats is voor het orgel: in 2002 schreef hij voor de organist Jan Raas en Nieuw Symfoniëtta Amsterdam een orgelcompositie met de hilarisch aandoende naam Pruledium and Momba (sic!) en in 2003 zag Estampie, geschreven voor het Orgelconcours Nijmegen, het licht. In 2006 liet Janssen zich als speler horen op orgel in het Festival Luchtkastelen. Telemann deed niet zo moeilijk31 Mar 2007Georg Philipp Telemann (1681-1767) heeft als componist een een gigantisch oeuvre nagelaten, maar veel daarvan is in de vergetelheid geraakt.Op een studiedag in Utrecht rondom zijn sonates voor blokfluit en continuo speelden de docenten Martine Visser (klavecimbel) en Sascha Mommertz (blokfluit) Telemann's Sonatine V in drie verschillende uitvoeringen. Het verschil zat in het continuo, en dan met name de becijferde bas. Wat is het geval? De blokfluitpartij is wel bewaard gebleven, maar de becijferde bas niet. En dus wierpen musici uit onze tijd (waaronder Winfried Michel, onder meer bekend van zijn fraaie continuo uitwerkingen) zich op het vervaardigen van een zo mooi mogelijke, bijpassende, becijferde bas. Al dit creatieve handwerk bleek op zeker moment achterhaald te zijn omdat alsnog de originele bas van Telemann werd ontdekt. Wat blijkt nu? De oorspronkelijke bas van Telemann is veel simpeler dan de sophisticated produkten van onze tijd. Het is alsof Telemann 240 jaar na zijn dood alsnog wil zeggen: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg! Revival van het klavecimbel begon al in de 19e eeuw28 Feb 2007Dat het klavecimbel een historisch muziekinstrument is, is natuurlijk niets nieuws. Dat het maken van kopieën in onze tijd kwalitatief op een zeer hoog niveau staat, zal ook niemand vreemd zijn.Wat niet iedereen weet, is dat aan het einde van de 19e eeuw , toen de belangstelling voor oude muziek begon door te breken, al opnieuw werd begonnen met het bouwen van klavecimbels. Dat heeft een aantal curieuze instrumenten opgeleverd. Zo toonde de pianofabrikant Pleyel uit Parijs op de wereldtentoonstelling in 1889 een nieuw klavecimbel dat een 18e eeuws aandoend uiterlijk kreeg. Ook de firma's Erard en Gaveau kwamen met klavecimbels in een 18e eeuws jasje. Waar mogelijk bracht men in het speeltechnische gedeelte verworvenheden uit de 19e eeuwse pianobouw aan. Dat dit consequenties had voor de klank, zal duidelijk zijn. De Pleyel, bekend van afbeeldingen met de klaveciniste Wanda Landowska, is zelfs, net als een moderne vleugel, uitgerust met een stalen frame! In tegenstelling tot historische instrumenten hebben deze vroege revival klavecimbels geen bodem. Wat dit voor de klank betekent, weet ik niet, maar het heeft het voordeel dat constructie van de ribben en lijsten onder de zangbodem eenvoudig te inspecteren is door onder het instrumen te gaan liggen. Dit leverde mij wat commentaar op van de suppoosten in het museum, maar het werd mij toegestaan zolang ik maar nergens aankwam. Het museum, het Musikinstrumenten Museum in Berlijn, heeft behoorlijk wat van deze vroege revival instrumenten staan, en de geschiedenis van het klavecimbel houdt daar dus ook niet op bij de 18e eeuw. Ik kan u een bezoek van harte aanbevelen. Vrijwel alle daar tentoongestelde instrumenten zijn uitvoerig beschreven in het in 1991 verschenen lijvige boekwerk "Kielklaviere", uitgegeven door het Staatliches Institut für Preussischer Kulturbesitz te Berlijn. Orgelpark werkplaats voor nieuwe muziek?1 Jan 2007In elk geval klonk bij de opening van het Orgelpark, zaterdag 20 januari 2007, uitsluitend nieuw gecomponeerde muziek. Muziek van de filmmuziekcomponist Vincent van Warmerdam en van de componist Fred Momotenko, die, voordat hij zich bekwaamde in het componeren, slagwerk studeerde in Moskou.Beide componisten schreven werk voor drie orgels speciaal voor de opening van het Orgelpark, dat momenteel al over drie orgels beschikt. Of dit al niet genoeg is, een vierde orgel is in bestelling. Behalve over orgels beschikt het Orgelpark ook nog over een tweetal vleugels en over een Mustel drukwindharmonium. Toetsinstrumenten te over dus in het Orgelpark. Vanaf de opening tot eind mei zijn er maar liefst 55 concerten gepland, waaronder filmmuziek, choreografie en jazz. Het Orgelpark is gesitueerd in een door Stadsherstel gerestaureerd kerkgebouw, gelegen aan het Vondelpark, Gerard Brandtstraat 26. Internet: www.orgelpark.nl Hoezo koninklijk instrument?1 Dec 2006Het orgel een volwaardige plaats geven in de muziekcultuur, dat is wat de VNPO zich tot doel heeft gesteld. Deze vereniging (voluit: Vereniging Nederlands Platform voor Orgelkunst en -cultuur) organiseerde op 21 november 2006 een symposium waarin de rol van het orgel in de Nederlandse muziekcultuur tegen het licht werd gehouden. Plaats van handeling: Rotterdam, De Doelen en de burgerzaal van het stadhuis.Bepaald niet overbodig, want bij velen heeft het orgel een stoffig en saai imago. Dat de reden hiervoor vaak is gelegen in de onbekendheid met het instrument, maakt het alleen maar moeilijker om van dit imago af te komen. Toch zijn er in ons land plaatsen te vinden met druk bezochte concertseries. Bijvoorbeeld in Haarlem en Nijmegen. In de levendige forumdiscussies werd serieus geprobeerd boven tafel te krijgen waarom orgelconcerten in plaats A goed lopen en in plaats B een marginaal bestaan leiden. De volgende kritische succesfactoren kwamen daarbij bovendrijven:
Neobarokke orgels alweer historie?1 Nov 2006"Verfrissend, helder en sprankelend" zijn zo maar een paar woorden die bij me op komen als ik denk aan mijn eerste kennismaking met neobarokke orgels in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Dat was nog eens wat anders als het massieve geluid van het Van Leeuwen orgel uit 1912 in de kerk van mijn ouders!
Begin zeventiger jaren werd ik organist op een neobarokorgel (Geref. kerk te Nieuwendijk, bouwer: Van Vulpen, 1960, 23 st., zie afbeelding gemaakt door A. van Andel te Valkenswaard).Ik raakte er niet op uitgespeeld, zo mooi vond ik het. Toen ik er in 1988 afscheid van nam, realiseerde ik me dat ik wat genuanceerder was gaan denken over dit orgel. In plaats van "verfrissend, helder en sprankelend" kwamen mij soms ook wel eens de termen "dun en scherp" in gedachte. Ik merkte dat mijn waardering teruggelopen was, en dat ik meer oog (beter gezegd meer oor) gekregen had voor een zwakke kant van dit type orgel, namelijk het ontbreken van voldoende breedte in de klank. Het zal u daarom niet verbazen dat men in de loop der tijd getracht heeft neobarokke orgels door herintonatie meer breedte in de klank te geven. Met wisselend succes; vaak is dit ten koste gegaan van de kwaliteit van de klank. Het bovengenoemde Van Vulpen orgel is dit lot gelukkig bespaard gebleven. Tot op het moment dat ik dit schrijf, is het instrument ongewijzigd bewaard gebleven. Het is dan ook één van de betere neobarokke orgels. Het bovenstaande kwam mij in gedachte door het verschijnen van "Orgels van de Wederopbouw", deel 8 in de serie "Nederlandse Orgelmonografieën" (uitgave Walburg Pers). Dit deel gaat over orgels die gebouwd zijn na 1945, met name die van het neobarokke type. Het houdt de herinnering levend aan een uiterst interessante periode in de orgelbouw, die nu alweer tot de historie behoort. Jaardag Harmonium Vereniging Nederland31 Oct 2006Jaak Nicolaas Lemmens (1823-1881) heeft zich bij het componeren van liederen met harmoniumbegeleiding aardig aangepast aan de 19e eeuwse Engelse smaak. Voor een Belg misschien niet zo voor de hand liggend, maar verklaarbaar met de wetenschap dat hij met een Engelse zangeres gehuwd was.Met haar maakte hij diverse tournees door Engeland, waarbij hij haar op het harmonium begeleidde. Het Mustel harmonium dat hij op zijn reizen meenam, bestaat nog steeds en is thans in het bezit van de Nederlandse harmoniumspeler Maarten Stolk. Helaas was dit instrument op de jaardag (28 oktober j.l. in Ede) niet aanwezig, maar er stond wel een soortgelijk Mustel harmonium opgesteld. En ook nu werd het werk van Lemmens door een Belgisch/Engels echtpaar uitgevoerd: Nico Declerck, harmonium en Rachal McCall, sopraan. Voor een aandachtig publiek hielden zij zich bezig met de muzikale nalatenschap van Jaak Nicolaas Lemmens, boeiend van de eerste tot de laatste noot. De dag van het kleine pijporgel30 Sep 2006
"Bruynsmedelijn, bruynsmedelijn, ghy zijt zeer hups en fijn"31 Aug 2006Bij het spelen van Girolamo Frescobaldi's "Capriccio sopra la bassa fiamenga" heb ik altijd al gedacht: Ja, dat thema klinkt vertrouwd, dat zal wel komen omdat Frescobaldi het tijdens zijn verblijf in Brussel heeft opgepikt.Op 29 augustus hield Pieter Dirksen in Utrecht een lezing over de klaviermuziek van Frescobaldi, en daar kwam uiteraard ook aan de orde wat deze Italiaan in de Lage Landen heeft opgedaan. Niet alleen speel- en compositietechnieken, maar dus ook ook melodietjes die hij als thema gebruikte in zijn klaviermuziek. Daarover vertelde Dirksen dat la bassa fiamenga de melodie is van het 16e eeuwse Vlaamse liedje Bruynsmedelijn, bruynsmedelijn, ghy zijt zeer hups en fijn. Het kwartje viel bij mij, en thuisgekomen zette ik het Susanne van Soldt manuscript op de lessenaar en jawel hoor: de melodie van de Almande Brun Smeedelyn uit deze verzameling heeft toch wel veel verwantschap met het thema van Frescobaldi's capriccio! Het Susanne van Soldt manuscript (1599) is uitgegeven, samen met nog enkele andere verzamelingen klaviermuziek uit die tijd, door de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis. Deze uitgave is voorzien van vele pagina's inleiding, kritische noten en commentaar. In dit geval begint de muziek om te spelen pas na 48 bladzijden! U zult mij daarom niet kwalijk nemen dat ik indertijd toen ik de bundel aanschafte, meteen ben begonnen op bladzijde 49.... Als ik eerst alle tekst had doorgewerkt, was het weetje van Pieter Dirksen, compleet met de link naar Frescobaldi's capriccio, oud nieuws voor me geweest.
Momenta Musica III Nederlanse klaviermuziek uit de 16e en 17e eeuw edited by Alan Curtis Hoe Joh. Th. Ruijf zijn kerkharmoniums aan de man bracht1 Jul 2006In het harmoniummuseum te Bargercompascuum is een harmonium te zien dat door middel van een speciale windvoorziening is omgebouwd tot kerkinstrument. Deze (elektrisch aangedreven) windvoorziening werd geplaatst in een aparte kast die achter het eigenlijke harmonium werd opgesteld. Joh.Th. Ruijf, leverancier van dit type instrumenten hield een waas van geheimzinnigheid in stand over wat er nu precies in die kast zat. De kast werd verzegeld, en bij verbreken van het zegel verviel de garantie...Onlangs meldde zich iemand die Ruijf in de veertiger jaren van de vorige eeuw nog bezig had gezien in zijn werkplaats. Het is de heer Helderman te Harderwijk. Joh.Th. Ruijf was een neef van zijn moeder. De heer Helderman weet het volgende te melden: [...] Indertijd sleepte hij [Ruijf, D.B.] overal harmoniums vandaan, bouwde ze om tot bruikbare kerkinstrumenten met soms zelfs een loos frontje erbij. 's Avonds reed hij er mee langs geïnteresseerde kerkenraden en demonstreerde zo'n instrument eigenhandig, waarbij zijn broer Petrus, een gerenommeerd voordrachtskunstenaar, dramatische gedichten zoals Elisa's vlucht e.d. voordroeg. Dat verkocht best goed. [...] Aardig om te vernemen hoe Ruijf zijn instrumenten aan de man bracht! Een artikel over het Ruijf kerkharmonium is te vinden in het archief. Daar kunt u ook zien hoe een Ruijf kerkharmonium er uitziet. Holpijp of Prestant?1 Jun 2006Gebruikten grote meesters als Bach of Monteverdi een holpijp of een prestant als basis voor het continuospel? Orgelmaker Henk Klop houdt het op de prestant. Hij doet die uitspraak in een interview dat ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van zijn orgelmakerij in het tijdschrift Muziek en Liturgie (nr. 2006-6/7) is afgedrukt.Elke musicus die iets met een continuo van doen heeft, kent de kistorgeltjes van de firma Klop; inmiddels zijn er al zo'n 350 (!) afgeleverd. Vrijwel al deze instrumenten hebben als basisregister een holpijp 8'. Sinds een jaar of acht bouwt Klop ook kistorgels met een prestant 8' als basisregister. Nu zijn de pijpen van een prestant ongeveer twee keer zo lang als die van een holpijp. Ze kunnen dus niet binnen de beperkte ruimte van de orgelkast opgenomen worden, maar staan in open opstelling er naast. Hoe dat er uit ziet, kunt u zien op de website van Klop www.klop.info/foto/112. Holpijp of prestant, hoe zit het nu, historisch gezien? Ik denk dat we niet moeten vergeten dat het gemakkelijk te transporteren kistorgel een uitvinding is van onze tijd. Noodzakelijk omdat we in historische stijl barokmuziek willen spelen in ruimten waar een voor de continuopraktijk geschikt orgel niet (meer) tot het vaste inventaris behoort. In de 17e en 18e eeuw was dat wel het geval. Op afbeeldingen uit die tijd zien we dat het orgel waarop de continuo partij gespeeld wordt een orgelpositief is dat een vaste plaats heeft in de ruimte waar gemusiceerd wordt. In zo'n positief is meer ruimte voor grote orgelpijpen dan in onze kistorgels. Ik denk dat zo'n positief meestal zowel een prestant 8' als een holpijp 8' (of een soortgelijk gedekt register) bevatte. Het geluid van de prestant werd gekenmerkt als mannelijk en dat van de holpijp als vrouwelijk. Afhankelijk van wat er precies met het continuo te begeleiden viel, zal de speler gekozen hebben voor de prestant of de holpijp. Misschien werd bij een sopraanaria de holpijp getrokken, en bij een basaria de prestant. Een goed voorbeeld van mannenstemmen, begeleid met een prestant in het continuo is te horen in een opname met muziek van Monteverdi. De opname dateert uit 1988, is in 1995 uitgekomen op het label Tactus, nr. TC 561302. Claudio Monteverde Lettera Amorosa a Voce Sola con altri Madrigali in genere Rappresentativo Ensemble Concerto, Direzione Roberto Gini. Misschien kunt u de cd nog ergens krijgen. Nog steeds van harte aanbevolen! Bachs eigen stemming voor Das Wohltemperierte Klavier1 May 2006Er is in Nederland niet zoveel over te doen geweest. Voor zover mij bekend leverde het slechts een kort berichtje op in De orgelkrant, het nieuwsblad van de KNOV.Buiten Nederland was dat anders. In 2005 verschenen in het gezaghebbende tijdschrift Early Music twee uitgebreide artikelen van de hand van de in de V.S. wonende Bradley Lehman over J.S. Bachs eigen stemming voor Das Wohltemperierte Klavier. Ik had nog nooit van Lehman gehoord, maar ik denk dat deze nu naam heeft gemaakt door het ontdekken van deze stemming. Hoe heeft Lehman dit klaargespeeld? Hij heeft het titelblad van Bachs handschrift van Das Wohltemperierte Klavier goed bestudeerd en is tot de conclusie gekomen dat de rij krullen die boven de titel is aangebracht, geen versierende bladvulling is, maar een figuur die informatie bevat over de stemming die Bach beoogde voor de uitvoering van zijn bundel. Is niemand dan eerder op dat idee gekomen? Nee, maar het is wel aannemelijk dat in Bachs tijd dit een gebruikelijke methode was om een stemming te beschrijven. Musicologen van de 20ste eeuw waren de mening toegedaan dat Bach voor zijn bundel de evenredig zwevende stemming gebruikte. Reden: Bach gebruikt hier alle voorkomende majeur- en mineurtoonsoorten. De twijfel aan deze redenering is echter in de laatste decennia van de vorige eeuw steeds groter geworden. Maar welke stemming Bach dan wel in gedachte heeft gehad, werd niet duidelijk. Met de ontdekking die Bradley Lehman deed is er dus een eind gekomen aan deze onduidelijkheid. Helder, tot zover. Maar in zijn artikelen gaat Lehman nog een stapje verder. Hij is ervan overtuigd dat Bach deze stemming gebruikt heeft bij meer klavierwerken dan alleen Das Wohltemperierte Klavier. En wel van zijn jonge jaren tot aan zijn levenseinde. Stemmingsproblemen waar de speler tegenaan loopt bij de uitvoering van Bachs klavierwerken met gebruikmaking van historische stemmingen doen zich niet voor als de herontdekte stemming wordt gebruikt. Ook in het ensemblespel zou deze stemming superieur zijn, wat bleek toen het klavecimbel in deze stemming in plaats van in de veel gebruikte stemming volgens Valotti werd gestemd. Aldus enige grepen uit het enthousiaste betoog van Bradley Lehman. Zelf heb ik de stemming op mijn klavecimbel uitgeprobeerd in het continuospel met muziek van Bach en tijdgenoten. De resultaten zijn duidelijk beter dan met 1/4 komma stemmingen als die van Kirnberger en Werckmeister. Maar de hoorbare verschillen met de 1/6 komma stemming van Valotti werden zowel door mij als door mijn collega musici minimaal geacht. Tijd dus om Valotti en de herontdekte Bach-stemming eens naast elkaar te houden.
Wat u hier voor beide stemmingen ziet zijn de afwijkingen van kwinten en grote tertsen in komma's. De kwinten in de cirkels, en de tertsen in de tabellen. Reine intervallen hebben een afwijking van 0, beter gezegd, geen afwijking dus, en u ziet in de tabel dat de grote tertsen alle een positieve afwijking hebben. Ze zijn dus groter, en klinken dus scherper, dan een reine terts. U ziet bijvoorbeeld ook dat bij Valotti de veel gebruikte tertsen g-b en d-f# wat minder scherp zijn dan bij de Bach-stemming. Maar sommige minder vaak gebruikte tertsen zijn bij Bach weer iets minder scherp. Veel scheelt het echter allemaal niet. Laten we het er maar op houden dat de oren van Bradley Lehman een tikkeltje subtieler zijn dan die van mij. Dat musici originele oplossingen kunnen bedenken om met de beperkingen van een stemming om te gaan, bleek mij onlangs. Ik woonde de ingebruikname van een nieuw huisorgel bij. Het instrument werd bespeeld door Peter van Dijk. De tertsen in de slotakkoorden klonken soms erg rustig, om niet te zeggen: rein. Toen ik Peter vroeg in welke stemming het instrument stond, bleek dat Valotti te zijn! Maar, zei hij, bij het slotakkoord laat ik de toets [met de terts] zover opkomen dat die terts mooi rein wordt. Als u wilt zien hoe Bach zijn stemming op het titelblad van Das Wohltemperierte Klavier noteerde, kijk dan op www.larips.com. |
|